Reclame is overal en lang niet altijd welkom. Zeker niet voor de mensen die ze maken, want waar halen we inspiratie vandaan als we steeds onze eigen of andermans uitingen zien? Mensen vragen om ‘the real thing’, maar hoe vinden we die wanneer deze is beplakt met billboards?
Van het weekend sloeg ik de special van het MT maar eens open en las dit artikel. Het gaat over de verkoop van Venetië aan Coca Cola. Althans, Venetië laat zich sponsoren door Coca Cola in ruil voor ‘discreet geplaatste automaten’ met ‘non-invasive designs’. In het artikel worden eerdere grote reclame uitingen van andere merken aangehaald die destijds restauratieprojecten sponsorden. Een beeld van de Dolce&Gabbana reclame boven het Grande Canal laat zien hoe lelijk dit soort reclame is.
Buiten het feit dat het lelijk is, vraag ik me af wat wij als zogenaamde ‘creatieven’ hier mee moeten. Mensen willen tegenwoordig echte boodschappen en hebben behoefte aan authenticiteit. Dus ik vraag je: hoe kunnen we die behoefte bevredigen en de wereld ermee verrassen als we de authenticiteit volhangen met billboards? We vervuilen onze eigen inspiratiebronnen.
Natuurlijk kun je overal inspiratie uit halen. Ook uit die foeilelijke billboards aan de gevel van monumenten. Het gaat er mij in dit geval om, dat als we steden vol plakken met reclame, we onszelf in de vingers snijden. Een zogenaamde insight kan zorgen voor een goed idee en een ijzersterk concept, maar die vinden we niet als we niet zien waar we die insight uit moeten halen.
We willen dat onze reclame-uitingen op zoveel mogelijk plaatsen te zien zijn, maar we moeten niet teveel willen. Natuurlijk kun je overal inspiratie uit halen, maar als mensen behoeften hebben aan authenticiteit is het belangrijk deze zichtbaar te houden. Niet alleen omdat het lelijk is. Ook voor onszelf, want voor je het weet, is de inspiratie onzichtbaar en blijf je hoog op die gevel geplakt. En dan ziet niemand je meer.